Maak een kaart met meerdere lagen aan

Voeg een dataset toe op uw kaart

  1. Klik in de ruimte voor het bewerken van de lagen op Voeg een dataset toe aan deze kaart.

  2. Kies de dataset die u wilt weergeven op de kaart. U kan een dataset met geografische informatie selecteren ofwel vanuit uw eigen catalogus van datasets die gepubliceerd is op uw domein, ofwel vanuit de catalogus Alle beschikbare data.

  3. Klik op Selecteren indien u alle data wilt toevoegen of op Filter data indien u slechts een deel van de data wilt toevoegen.

Screenshot of the dataset adding interface in Map Builder Screenshot of filtering in the dataset adding interface in Map Builder

Opmerking

U kan te allen tijde datasets veranderen of welk deel dat gefilterd is veranderen. Om dit te doen hoeft u enkel te klikken op Wijzig filter naast de titel van de laag.

U kan zoveel datasets op uw kaart toevoegen als u wil en alle data die deze bevatten kunnen te allen tijde worden weergegeven op diezelfde kaart. Dit is wanneer het volledige concept van lagen aan bod komt. Aangezien u verschillende datasets in meerdere lagen gebruikt, wordt elke dataset in Map Builder een laag genoemd. Dit is waarom Map Builder u toelaat om uw lagen te configureren om er zeker van te zijn dat u vele verschillende data op dezelfde kaart kan weergeven en nog steeds het lezen van deze kaart eenvoudig en duidelijk maakt.

Opmerking

Denk eraan dat hoe meer datasets u aan uw kaart toevoegt, hoe zwaarder deze zal worden en hoe langer het zal duren om deze te laden.

Screenshot of Map Builder once a dataset has been added: data appears on the map and configuration options are available

Bewerk een laag

Het bewerken van een laag (m.a.w. een dataset die weergegeven wordt op een kaart die aangemaakt is met Map Builder) houdt 2 aspecten in:

  • Weergeven: de stijl, met andere woorden, hoe de data worden weergegeven op de kaart

  • Informatie: de informatie en titel die bij de dataset past om deze beter te omschrijven

Screenshot of the Display interface to configure a layer Screenshot of the Information interface to configure a layer

Bewerk stijl

  1. Klik op het tabblad Weergeven. Het menu verschijnt met alle stijlconfiguraties.

  2. Kies een weergavemodus en configureer uw laag zoals u wenst.

De stijlconfiguraties hangen volledig af van de weergavemodus die u kiest om toe te passen op uw laag. Er zijn 5 verschillende modi:

Visualization modes interface

Opmerking

De stijlconfiguraties die weergegeven worden voor elke weergavemodus hangen ook af van uw dataset. Afhankelijk van de dataset die u hebt toegevoegd aan uw Map Builder-kaart, is het mogelijk dat niet alle configuraties uitgelegd staan in deze documentatie.

Stippen en vormen

De weergavemodus "Stippen en vormen" geven uw data enkel weer als markers (stippen of pictogrammen) of als vormen. Het is de meest gebruikelijke weergavemodus.

Stijlconfiguratie

Omschrijving

Weergave marker

Hoe uw data eruit zullen zien op de kaart

  • Stip: gewone cirkel. Stippen worden aanbevolen voor datasets met een hoge dichtheid.

  • Pictogram: themapictogrammen (beschikbaar in de OpenDataSoft-bibliotheek).

  • Kaartmarker (met een optioneel pictogram): standaard druppelvormige kaartmarkering met een optioneel themapictogram (beschikbaar in de OpenDataSoft-bibliotheek) erin.

Indien u de modus pictogram of Kaartmarker (met een optioneel pictogram) kiest:

  1. In de rubriek Stijl vormen onder de rubriek Marktweergave klik op het menu Pictogram.

  2. Kies het pictogram dat de beste afspiegeling is van uw data.

  3. Klik op de knop Selecteer pictogram.

Stijl vormen

Personaliseer uw markers en vormen

  • Pictogram: kies een pictogram voor zowel de modi Pictogram en Kaartmarker (met een optioneel pictogram (zie bovenstaande procedure)

  • Grootte: maakt uw stippen/pictogrammen groter of kleiner.

  • Puntdichtheid: indien uw markers stippen of pictogrammen zijn - maak deze markers transparanter.

  • Vormdichtheid: indien uw data worden weergegeven als vormen in plaats van markers (stippen of pictogrammen) - vergroot of verminder de transparantie ervan.

  • Lijndikte: indien uw data worden weergegeven als lijnen - maak de lijnen dikker of dunner.

Voor alle bovenstaande opties, sleep de stip gewoon langs de glijder of verander gewoon de getallen die rechts van elke glijder staan weergegeven.

  • Kleur: wijzig de kleur van uw markers, vormen en lijnen.

Om de kleur te wijzigen:

  1. Klik op het menu met de kleuren.

  2. Kies de kleur die u wilt uit de Mooie kleuren of met de Kleurenpikker.

  3. Klik op de knop Selecteer kleur.

Rand van de vormen

Personaliseer de rand van uw markers en vormen

Opmerking

Randen zijn enkel beschikbaar voor vormen. Stippen, pictogrammen en kaartmarkers hebben geen randen.

  • Patroon: kies het patroon van de rand. Dit kan een gewone lijn zijn of een streepjes- of stippellijn.

Klik voor de optie Patroon op het aangeboden menu en kies het patroon dat u wilt.

  • Dikte: maakt de rand van uw vormen dikker of dunner.

  • Dichtheid: verhoogt of verkleint de transparantie van de rand.

Voor de bovenstaande opties, sleep de stip gewoon langs de glijder of verander gewoon de getallen die rechts van elke glijder staan weergegeven.

  • Kleur: wijzigt de kleur van de rand.

Om de kleur te wijzigen:

  1. Klik op het menu met de kleuren.

  2. Kies de kleur die u wilt uit de Mooie kleuren of met de Kleurenpikker.

  3. Klik op de knop Selecteer kleur.

Cluster

De weergavemodus Cluster groepeert uw data in clusters in plaats van deze afzonderlijk en individueel weer te geven. Clusters worden gegroepeerd volgens het gekozen berekeningstype: lineair of logaritmisch.

Stijlconfiguratie

Omschrijving

Clusterstijl

Hoe u wilt dat uw cluster eruit ziet op de kaart

  • Minimale grootte: kies de grootte van de kleinste clusters.

  • Maximale grootte: kies de grootte van de grootste clusters.

  • Dichtheid: verhoogt of verkleint de transparantie van uw clusters.

Voor alle bovenstaande opties, sleep de stip gewoon langs de glijder of verander gewoon de getallen die rechts van elke glijder staan weergegeven.

  • Kleur: wijzigt de kleur van de rand.

Om de kleur te wijzigen:

  1. Klik op het menu met de kleuren.

  2. Kies de kleur die u wilt uit de Mooie kleuren of met de Kleurenpikker.

  3. Klik op de knop Selecteer kleur.

Clusterrand

Personaliseer de rand van uw clusters

  • Dikte: maak de rand van uw clusters dikker of dunner

  • Dichtheid: verhoog de transparantie van de rand.

Voor de bovenstaande opties, sleep de stip gewoon langs de glijder of verander gewoon de getallen die rechts van elke glijder staan weergegeven.

  • Kleur: wijzigt de kleur van de rand.

Om de kleur te wijzigen:

  1. Klik op het menu met de kleuren.

  2. Kies de kleur die u wilt uit de Mooie kleuren of met de Kleurenpikker.

  3. Klik op de knop Selecteer kleur.

Aggregatietransacties

Kies de basistransactie voor uw clusters

Kies uit de beschikbare transacties diegene waarvan u wilt dat uw clusters erop gebaseerd zijn. De resultaatwaarde wordt weergegeven in de cluster.

  • Tel: hoeveel markers staan er in het gebied.

  • Gemiddelde: het gemiddelde van een geselecteerd veld uit de dataset.

  • Som: het totaal van een geselecteerd veld uit de dataset.

  • Minimum: het minimum van een geselecteerd veld uit de dataset.

  • Maximum: het maximum van een geselecteerd veld uit de dataset.

  • Standaardafwijking: de standaardafwijking van een geselecteerd veld uit de dataset om aan te geven of de waarden al dan niet dicht in de buurt liggen van het gemiddelde.

Berekenen

Kies hoe de grootte van de clusters wordt berekend

  • Lineair: opdat de vorken van uw waarden van dezelfde grootte zijn, spreid gelijkmatig van het minimum naar het maximum (bijv. 1, 2, 3, 4).

  • Logaritmisch: opdat uw waarden verschillen in grootte en gespreid zijn over een zeer breed spectrum (bijv. 1, 10, 100).

Choropleth

De weergavemodus "Choropleth" geeft data weer als markers (stippen of pictogrammen) of als vormen. Ze verbetert ook de weergave met kleuren. De markers en/of vormen worden gekleurd volgens een kleurenschema dat gedefinieerd wordt door een waardenvork die gebaseerd is op een gekozen variabele. De Choroplet-modus laat toe om een thematische laag aan te maken.

Stijlconfiguratie

Omschrijving

Weergave marker

Hoe uw data eruit zullen zien op de kaart

  • Stip: gewone cirkel. Stippen worden aanbevolen voor datasets met een hoge dichtheid.

  • Pictogram: themapictogrammen (beschikbaar in de OpenDataSoft-bibliotheek).

  • Kaartmarker (met een optioneel pictogram): standaard druppelvormige kaartmarkering met een optioneel themapictogram (beschikbaar in de OpenDataSoft-bibliotheek) erin.

Indien u de modus pictogram of Kaartmarker (met een optioneel pictogram) kiest:

  1. In de rubriek Stijl vormen onder de rubriek Marktweergave klik op het menu Pictogram.

  2. Kies het pictogram dat de beste afspiegeling is van uw data.

  3. Klik op de knop Selecteer pictogram.

Stijl vormen

Personaliseer uw stippen en vormen

  • Pictogram: kies een pictogram voor zowel de modi Pictogram en Kaartmarker (met een optioneel pictogram (zie bovenstaande procedure)

  • Grootte: maakt uw stippen/pictogrammen groter of kleiner.

  • Puntdichtheid: indien uw markers stippen of pictogrammen zijn - maak deze markers transparanter.

  • Vormdichtheid: indien uw data worden weergegeven als vormen in plaats van markers (stippen of pictogrammen) - vergroot of verminder de transparantie ervan.

  • Lijndikte: indien uw data worden weergegeven als lijnen - maak de lijnen dikker of dunner.

Voor alle bovenstaande opties, sleep de stip gewoon langs de glijder of verander gewoon de getallen die rechts van elke glijder staan weergegeven.

  • Pallet: definieert op welk veld en op welke transactie uw choropleth-laag gebaseerd is en de kleur van uw markers, vormen en/of lijnen.

    1. Kies of u wilt dat de kleur van uw vorm gebaseerd is op de Waarde van een veld of op de Aggregatie van een veld.

    2. Afhankelijk van de keuze die u heeft gemaakt voor de kleur van uw vorm, kies het veld waarvan u de waarde wilt gebruiken of beslis welke aggregatietransactie u wilt toepassen op het door u gekozen veld.

    3. Definieer de Waardenvork.

    4. Definieer het aantal Tiers, zijnde in hoeveel categorieën u wil dat de waardenvork is onderverdeeld.

    5. Kies een berekeningswijze: lineair (opdat uw waardenvorken dezelfde grootte hebben, gelijkmatig gespreid van het minimum tot het maximum), logaritmisch (opdat uw waarden verschillen in grootte en gespreid zijn over een zeer breed spectrum) of aanpasbaar.

    6. Kies het kleurenbereik door het kleurenmenu aan te klikken en uw kleuren te selecteren.

    7. Kies een type gradiënt (RGB, Lab, HSL of Lch), m.a.w. een manier om de kleurgradiënt te berekenen tussen de 2 kleuren die u net heeft gekozen.

Rand van de vormen

Personaliseer de rand van uw vormen

Opmerking

Randen zijn enkel beschikbaar voor stippen en vormen. Pictogrammen en kaartmarkers hebben geen randen.

  • Patroon: kies het patroon van de rand. Dit kan een gewone lijn zijn of een streepjes- of stippellijn.

Klik voor de optie Patroon op het aangeboden menu en kies het patroon dat u wilt.

  • Dikte: maakt de rand van uw vormen dikker of dunner.

  • Dichtheid: verhoogt of verkleint de transparantie van de rand.

Voor de bovenstaande opties, sleep de stip gewoon langs de glijder of verander gewoon de getallen die rechts van elke glijder staan weergegeven.

  • Kleur: wijzigt de kleur van de rand.

Om de kleur te wijzigen:

  1. Klik op het menu met de kleuren.

  2. Kies de kleur die u wilt uit de Mooie kleuren of met de Kleurenpikker.

  3. Klik op de knop Selecteer kleur.

Kleur per categorie

De weergavemodus "Kleur per categorie" geeft data weer als markers (stippen of pictogrammen) of als vormen. Ze verbetert ook de weergave met kleuren. De markers en/of vormen worden gekleurd volgens een kleurenschema dat gebaseerd is op welbepaalde categorieën - die numeriek kunnen zijn of niet, enkel gedefinieerd door een welbepaald woord. De "Kleur per categorie"-modus laat toe om een gecatalogeerde laag aan te maken.

Stijlconfiguratie

Omschrijving

Weergave marker

Hoe uw data eruit zullen zien op de kaart

  • Stip: gewone cirkel. Stippen worden aanbevolen voor datasets met een hoge dichtheid.

  • Pictogram: themapictogrammen (beschikbaar in de OpenDataSoft-bibliotheek).

  • Kaartmarker (met een optioneel pictogram): standaard druppelvormige kaartmarkering met een optioneel themapictogram (beschikbaar in de OpenDataSoft-bibliotheek) erin.

Indien u de modus pictogram of Kaartmarker (met een optioneel pictogram) kiest:

  1. In de rubriek Stijl vormen onder de rubriek Marktweergave klik op het menu Pictogram.

  2. Kies het pictogram dat de beste afspiegeling is van uw data.

  3. Klik op de knop Selecteer pictogram.

Stijl vormen

Personaliseer uw stippen en vormen

  • Pictogram: kies een pictogram voor zowel de modi Pictogram en Kaartmarker (met een optioneel pictogram (zie bovenstaande procedure)

  • Grootte: maakt uw stippen/pictogrammen groter of kleiner.

  • Puntdichtheid: indien uw markers stippen of pictogrammen zijn - maak deze markers transparanter.

  • Vormdichtheid: indien uw data worden weergegeven als vormen in plaats van markers (stippen of pictogrammen) - vergroot of verminder de transparantie ervan.

  • Lijndikte: indien uw data worden weergegeven als lijnen - maak de lijnen dikker of dunner.

Voor alle bovenstaande opties, sleep de stip gewoon langs de glijder of verander gewoon de getallen die rechts van elke glijder staan weergegeven.

  • Pallet: kies of u:

    • een Gepersonaliseerd pallet gebaseerd op de waarde van een veld wil aanmaken

    1. Klik op het pictogram "Borstel" om toegang te krijgen tot de personaliseerbare palletinterface

    2. Kies het veld waarop u wilt dat de categorieën gebaseerd zijn.

    3. Kies of u al dan niet het aanmaken van een bijkomende categorie mogelijk wil maken.

    4. Kies een kleur voor elke categorie.

    5. Klik op de knop Toepassen.

    • een pallet Gegeneerd met kleuren die vervat zitten in een veld wil aanmaken (ingeval uw dataset reeds een veld bevat dat kleurinformatie verschaft: een hexadecimale kleurencode bijvoorbeeld).

In dat geval hoeft u enkel het veld rechts te kiezen en de kleuren verschijnen automatisch op de overeenkomstige markers en/of stippen van uw kaart.

Rand van de vormen

Personaliseer de rand van uw markers en vormen

Opmerking

Randen zijn enkel beschikbaar voor stippen en vormen. Pictogrammen en kaartmarkers hebben geen randen.

  • Patroon: kies het patroon van de rand. Dit kan een gewone lijn zijn of een streepjes- of stippellijn.

Klik voor de optie Patroon op het aangeboden menu en kies het patroon dat u wilt.

  • Dikte: maakt de rand van uw vormen dikker of dunner.

  • Dichtheid: verhoogt of verkleint de transparantie van de rand.

Voor de bovenstaande opties, sleep de stip gewoon langs de glijder of verander gewoon de getallen die rechts van elke glijder staan weergegeven.

  • Kleur: wijzigt de kleur van de rand.

Om de kleur te wijzigen:

  1. Klik op het menu met de kleuren.

  2. Kies de kleur die u wilt uit de Mooie kleuren of met de Kleurenpikker.

  3. Klik op de knop Selecteer kleur.

Hittekaart

Bij de weergavemodus "Hittekaart" gaat het niet om markers of vormen. In plaats daarvan groepeert deze modus data en geeft deze weer als een spectrum van kleuren waarmee de verschillen in intensiteit van één variabele wordt getoond maar op verschillende plaatsen op de kaart.

Stijlconfiguratie

Omschrijving

Aggregatietransacties

Kies op welke transactie uw hittekaart is gebaseerd

Kies uit de beschikbare transacties en afhankelijk van uw dataset, diegene waarop u wilt dat uw hittekaart is gebaseerd.

  • Tel: hoeveel markers staan er in het gebied.

  • Gemiddelde: het gemiddelde van een geselecteerd veld uit de dataset.

  • Som: het totaal van een geselecteerd veld uit de dataset.

  • Minimum: het minimum van een geselecteerd veld uit de dataset.

  • Maximum: het maximum van een geselecteerd veld uit de dataset.

  • Standaardafwijking: de standaardafwijking van een geselecteerd veld uit de dataset om aan te geven of de waarden al dan niet dicht in de buurt liggen van het gemiddelde.

Berekenen

Kies hoe de vooruitgang van uw hittekaart wordt berekend

  • Lineair: opdat de vorken van uw waarden van dezelfde grootte zijn, spreid gelijkmatig van het minimum naar het maximum (bijv. 1, 2, 3, 4).

  • Logaritmisch: opdat uw waarden verschillen in grootte en gespreid zijn over een zeer breed spectrum (bijv. 1, 10, 100).

Kleuren

Kies het kleurenpallet van uw hittekaart

  1. Klik op de knop Bewerk pallet.

  2. Kies uw 5 kleuren.

  3. Klik op de knop Toepassen.

Voeg toe en bewerk informatie

  1. Klik op het tabblad Informatie;

Titel en omschrijving

Zoom on the area to edit a layer's information, from the Information interface
  1. Geef uw laag een andere naam in het veld Titel om het duidelijker te maken voor mensen die de kaart bekijken.

  2. Voeg een Omschrijving toe in de voorziene ruimte.

Opmerking

Indien u uw eigen omschrijving niet wilt toevoegen, zal er een standaard omschrijving worden weergegeven.

Pictogram

Zoom on the area to add an icon to a layer, from the Information interface

U kan een pictogram aan uw laag toevoegen dat weergegeven wordt naast de titel van de laag.

  1. Klik op het drop down-menu Pictogram om het pictogram te kiezen dat de beste afspiegeling is van uw laag.

  2. Klik op het menu Kleur om een kleur aan het pictogram van de laag toe te voegen.

Voeg toe en bewerk een titel

Zoom on the area to edit a layer's caption, from the Information interface

Titels zijn niet verplicht. Wel zijn ze aanbevolen aangezien ze meer informatie verschaffen over uw dataset en zo het lezen van uw kaart duidelijker maken.

  1. Klik op het tabblad Titel.

  2. Vink de optie Titel voor deze dataset weergeven aan indien dit nog niet het geval is.

Opmerking

Titels zijn standaard geactiveerd. Indien u niet wilt dat er een titel voor uw dataset wordt weergegeven, hoeft u de optie Titel voor deze dataset weergeven gewoon uit te vinken.

  1. Schrijf in de voorziene ruimte een Titel voor de titel van uw laag.

Een laag verwijderen

Delete a layer interface
  1. Klik op het pictogram icon-trash.

  2. Klik op de rode knop Dataset van de kaart verwijderen.